3.1 Experimenten

Experiment 1: Welke stof is het?

  • Je krijgt van je leraar een rekje met reageerbuizen. In iedere reageerbuis zit een bepaald materiaal.
  • Tel hoeveel materialen je hebt gekregen.
  • Maak een tabel met 3 kolommen. Gebruik de bovenste rij voor de titel, daarna voeg je evenveel rijen als er reageerbuizen zijn.
  • In de eerste kolom schrijf je het nummer van de reageerbuis.
  • In de tweede kolom schrijf je je vermoeden over het materiaal dat in de buis zit.
  • In de derde kolom schrijf je de stofeigenschap waarmee je het materiaal hebt geidentificeerd (herkend).

Experiment 2: Met welk verschijnsel heb je te maken?

Je docent doet een aantal experimenten voor. Je doet er zelf ook een aantal. Probeer zelf aan te geven welk verschijnsel bij welk experiment hoort. Kies uit: Diffusie, Cohesie, Adhesie, Oppervlaktespanning, Capillaire kracht, Uitzetting

Experiment 2a. Het bolletje van s’Gravenzande (leraar)

Het bolletje van s’gravensande is een klassiek experiment. Door een bolletje te verwarmen past het niet meer door een ring.

  • Welk proces speelt een rol?

Experiment 2b. Het waterspinnetjes

Probeer stukjes koperdraad te laten drijven in een bakje met water.

  • Waarom blijven de stukjes koperdraad drijven?

Voeg een druppel afwasmiddel toe.

  • Wat doet het afwasmiddel?

Experiment 2c. Bellen blazen

Probeer een keten van 4 bellen te blazen.

  • Waarom blijft een zeepbel bestaan?

Experiment 2d. Ijzer (III) Chloride en kaliumferrocyanaat

Deze twee stoffen maken een donkerblauwe kleur als ze elkaar tegenkomen. Maar je hoeft ze niet zelf bij elkaar te brengen, dat gaat ook zonder hulp.

  • Maak het bakje goed schoon.
  • Doe er ongeveer 0,5 cm water in.
  • Doe aan een kant een schepje uit buisje Fe(III)Cl in. (deze is bruin)
  • doe aan de andere kant een schepje Hexacyanoferraat in (deze stof is geel).
  • WAT JE OOK DOET: NIET SCHUDDEN OF MENGEN! Laat het gewoon op tafel staan.

Experiment 2e. Een dun glazen buisje (leraar)

  • Je leraar maakt een dun glazen buisje door het eerst te smelten.
  • Daarna laat hij op de overhead zien dat een kleurstof naar boven wordt gezogen
  • Experiment 2f. Inkt in koud en warm water

    • Doe in twee reageerbuisjes 5 cm water.
    • Doe een beetje inkt in beide reageerbuisjes
    • Zet 1 reageerbuis in heet water.

    Experiment 2g. Reageerbuis met suiker in koud en warm water

    • Dit ga je niet in een experiment onderzoeken, voorspel zelf wat er gaat gebeuren.

    Experiment 2h. Kleuren en koffiefilters

    • Knip een rechthoekig stuk filter uit (4 cm bij 10 cm).
    • Zet met een viltstift een stip, 2 cm boven de korte kant.
    • Vouw het filter in de lengterichting.
    • Zet het filter, rechtop in 1 cm water.
    • En wacht totdat het water helemaal bovenin is gekomen.
    • Welk gedrag van moleculen speelt bij dit experiment een rol?
    • Hoe heet het proces dat hier een rol speelt?