5.1 Opdrachten

  1. Een televisie.
    1. Welke energieomzettingen vinden er plaats in een televisie?
    2. Teken het energiestroomdiagram.
  1. Bij je thuis….
    1. Geef vier voorbeelden van energiebronnen die bij jou thuis omgezet worden.
    2. Geef bij elk voorbeeld een energieomzetter aan.
  1. Zet om:
    1. 1000 Joule -> kJoule
    2. 6 kJoule -> Joule
    3. 124 Joule -> kJ
    4. 0,20 kJ -> J
    5. 43 Joule -> kJ
    6. 4,7 Megajoule -> kJ
    7. 4,7 MegaJoule -> Joule (gebruik de wetenschappelijke notatie!)
  1. DSC_0133Zie het etiket hiernaast.
    1. Hoeveel appels kun je op tafel leggen met 100 gram pindakaas?
    2. Een lamp gebruikt iedere seconde 7 Joule. Hoe lang kun je die lamp laten branden als je 100 gram pindakaas kan omzetten in elektrische energie?
  1. Een elektrische tandenborstel wordt opgeladen. De tandenborstel ontvangt 6 Joule per seconde. Daarvan wordt 5 Joule opgeslagen in de batterij, de rest wordt warmte.
    1. Teken het energiestroomdiagram op schaal.
    2. Bereken het rendement van de omzetting.
  1. Op een flessenwarmer voor babymelk zit een lampje dat 3 Joule per seconde gebruikt. De flessenwarmer gebruikt in een minuut 1200 Joule.
    1. Welke energieomzetting vindt plaats? Schets het stroomdiagram!
    2. Welke energie is nuttig gebruikt, welke niet?
    3. Bereken het rendement van de flessenwarmer.
  1. DSC_0141Jessica heeft een dagelijks 6500 kiloJoule nodig. Als experiment wil ze proberen om deze energie helemaal met halfvolle melk in te nemen.
    1. Zie etiket. Hoeveel liter melk moet Jessica dagelijks drinken?
    2. Als Jessica deze energie binnen wil krijgen door het drinken van volle melk heeft ze 2,5 liter nodig. Wat is de energieinhoud van volle melk?

    Teleurgesteld stapt Jessica over op cola. Daarvan hoeft ze gelukkig maar … 17 glazen van 200 ml te drinken.

    1. Hoeveel liter is dat?
    2. Bereken de energie inhoud van cola per liter.
    3. Jessica kan voor haar energie dus in plaats van melk gewoon cola drinken. Waarom zou ze dan melk gaan drinken? Noem drie redenen (zoek ook eens de prijs op!)