6.5 Uitwerking proeftoets

  1. Een veer rekt 55 centimeter uit als er een kracht van 220 Newton op werkt.
    1. Om de veer 1 cm uit te rekken is er een kracht van 220N/55cm = 4,0 Newton nodig.
      Dus om de veer 19,5 cm uit te rekken is er 19,5 keer zo veel kracht nodig: 19,5 . 4 = 78 Newton.
    2. De veer rekt 55 cm / 220 N = 0,25 cm uit als er 1 Newton op werkt.
      De veer zal dus 0,25 . 135 = 33,8 centimeter uitrekken
      De lengte van de veer is dan 33,8 + 20 = 53,8 centimeter.
    3. Gebruik Fz = m . gaarde. Een kracht van 135 Newton werkt op een massa van 135 / 9,8 = 13,8 kg.
  1. Stenen en zwaartekracht.
    1. Fz = m . gaarde
      m = Fz / gaarde
      m = 23,4 / 9,8 = 2,4 kg.
    2. De veer heeft 23,4 / 6,2 = 3,8 Newton nodig om 1 centimeter uit te rekken. 3,8 Newton/cm dus.
    3. Op de maan werkt Fz = m . gmaan = 2,4 . 1,6 = 3,84 Newton zwaartekracht op de steen.
      De veer zal dus ongeveer 1,0 centimeter uitrekken.
  1. Een lamp hangt aan twee touwen. Zie afbeelding.
    1. Neem de afbeelding over en bepaal de somkracht van de krachten in de touwen. (deze staan al aangegeven).
    2. De lamp hangt stil. Teken de zwaartekracht op de lamp op schaal.
    3. Wat is de schaal van de tekening?
  1. Ilse fietst.
    1. De snelheid van Ilse neemt toe, omdat ze een extra kracht naar voren laat werken.
      Daarvoor zet ze zich af tegen Martin.
      Die zal dus langzamer gaan bewegen.
      Er werkt een extra kracht tegen hem in.
      De versnelling (Ilse) en vertraging (Martin) gaan over de tweede wet van Newton: Als er een kracht is, verandert de snelheid.
      De derde wet van Newton (actie=-reactie) speelt hier ook een rol: De actie van Ilse heeft een tegenovergesteld effect op Martin.
  1. De kogel.
    1. De snelheid wordt groter op het moment dat de kogel wordt afgeschoten.
    2. Er werken twee kracht als de kogel door de lucht beweegt: Zwaartekracht en luchtwrijving
      En als hij wordt afgeschoten: Zwaartkracht en een kracht omhoog.
    3. De zwaartekracht versnelt de kogel in de tweede helft van de beweging.